De stoppen-met-roken behandeling

KISMET

KISMET is een afkorting van de Engelstalige titel van onze studie: smoKing cessatIon among people with Severe Mental illnEss: a clinical, controlled Trial on effectiveness and implementation.
In het Nederlands kan deze titel worden vertaald naar: stoppen met roken voor mensen met een ernstige psychische aandoening: een klinische, gecontroleerde trial over effectiviteit en implementatie.

Daarnaast heeft kismet nog een speciale betekenis in het Turks. Het betekent ‘bestemming’ en houdt in dat sommige dingen in het leven niet door ons te beïnvloeden zijn, en sommige dingen wel. Wij geloven dat het overkomen van een verslaving een bewuste keuze is waarbij mensen soms steun nodig hebben om hun ‘bestemming’ te bereiken.

Studieopzet

Dit is een experimentele studie. Dit betekent dat de FACT-teams en bijbehorende deelnemers door loting ingedeeld worden in één van de twee groepen: de behandelgroep of de controlegroep. De kans is 50% dat het FACT-team en bijbehorende deelnemers in de behandelgroep komen.

Deelnemers in de behandelgroep krijgen de stoppen-met-roken behandeling aangeboden door het behandelend FACT-team. Deelnemers in de controlegroep krijgen alleen de standaardzorg voor stoppen met roken aangeboden, en geen andere actieve behandelingen. Dit betekent dat er in de controlegroep niks verandert aan de huidige behandeling door het behandelend FACT-team. In beide groepen worden metingen gedaan. Aan het einde van de studie worden de metingen van de groepen met elkaar vergeleken.

De studie duurt 12 maanden. In de eerste paar maanden van de studie zullen deelnemers regelmatig met hun behandelaar of samen met andere deelnemers bijeenkomen. In de laatste paar maanden is dit minder vaak. Als blijkt dat de behandeling werkt, krijgen de FACT-teams en deelnemers in de controlegroep ook de behandeling aangeboden.

De behandeling

De nieuwe stoppen-met-roken behandeling bestaat uit een combinatie van medicatie, gedragsondersteuning en lotgenotengroepen. De behandeling wordt uitgevoerd door het behandelend FACT-team. Omdat het onmogelijk is om één behandeling te ontwerpen die voor iedereen werkt, proberen wij om de behandeling voor iedere deelnemer zo persoonlijk mogelijk te maken.

Medicatie

Deelnemers krijgen één van de volgende soorten medicatie aangeboden: nicotinevervangende middelen (NRT), Varenicline of Bupropion. NRT wordt aangeboden in de vorm van pleisters, kauwgom of zuigtabletten, en wordt 1 tot 2 weken gebruikt. Hierna wordt de hoeveelheid pleisters, kauwgom of zuigtabletten langzaam minder. Een behandelingscyclus met NRT duurt in totaal 6 weken, inclusief het op- en afbouwen van het aantal pleisters, kauwgom of zuigtabletten. Andere opties voor medicatie zijn Varenicline en Bupropion. Beide medicaties worden genoemd in nationale en internationale richtlijnen voor de behandeling van tabaksverslaving. Het wordt aangeraden om Varenicline voor 12 weken te gebruiken, en om Bupropion voor 7 tot 9 weken te gebruiken.

Voor alle 3 de vormen van medicatie is bewezen dat ze werken bij tabaksverslaving.

Het gebruik van medicatie wordt begeleid door de psychiater uit het FACT-team. De psychiater heeft de mogelijkheid om advies te vragen bij een verslavingsarts die gespecialiseerd is in stoppen-met-roken medicatie bij mensen met een EPA.

Gedragsondersteuning

Tijdens groepsgesprekken worden verschillende onderwerpen besproken. Als deelnemers het willen, kunnen ze ook één op één gesprekken krijgen. De gedragsondersteuning is gebaseerd op principes van de cognitieve gedragstherapie (CGT) en op motivational interviewing (MI) technieken.
Tijdens de gedragsondersteuning worden de volgende onderwerpen besproken:

  • Terugvalpreventieplan: deelnemers leren welke dingen ze kunnen doen om op moeilijke momenten niet te roken, en wat ze kunnen doen als ze toch een keer weer gaan roken.

  • Psycho-educatie (voorlichting): deelnemers krijgen voorlichting over hoe tabaksverslaving werkt en over wat er lichamelijk, mentaal en emotioneel gebeurt als iemand stopt met roken.

  • Omgaan met emoties: deelnemers leren andere manieren om om te gaan met negatieve emoties en stressvolle situaties.

  • Omgaan met ontwenningsverschijnselen (klachten die je kunt krijgen na het stoppen met roken) en het verlangen om te roken.

Lotgenotengroepen

De lotgenotengroepen zijn een veilige omgeving om persoonlijke verhalen te delen en van elkaar te leren. Het doel van de lotgenotengroepen is om deelnemers met elkaar te verbinden. De lotgenotengroepen worden begeleid door een ervaringsdeskundige die ervaring heeft met psychische en/of verslavingsproblemen.

De lotgenotengroepen vinden plaats aansluitend op de gedragsondersteuningsgroepen. Elke 2 maanden wordt er een ontspannende activiteit georganiseerd voorafgaand aan de lotgenotengroep, zoals wandelen, yoga of samen koken.

Wat meten we?

Om te weten of de stoppen-met-roken behandeling werkt, voeren we een aantal metingen uit. We voeren metingen uit bij de start van de studie, na 3 maanden, na 6 maanden en na 12 maanden. Door dezelfde dingen te meten bij deelnemers van de behandelgroep en de controlegroep, kunnen we de groepen met elkaar vergelijken.

Wie kan er meedoen?

Er zijn een aantal voorwaarden waar deelnemers aan moeten voldoen. De deelnemer:

  • heeft een ernstige psychische aandoening (EPA). Er is sprake van een EPA als de deelnemer meerdere jaren last heeft van de psychische aandoening en hiervoor over lange termijn moet worden behandeld door een netwerk van zorgprofessionals. Tevens zorgt de psychische aandoening voor (soms ernstige) verstoring van het sociale leven van de deelnemer.

  • is ouder dan 18 jaar

  • wordt behandeld door een FACT-team in Nederland

  • rookt en heeft de afgelopen maand niet geprobeerd om te stoppen met roken

  • wil stoppen met roken of minder roken

  • is in staat om een toestemmingsformulier te tekenen en wil dit ook

  • deelnemers die clozapine gebruiken mogen alleen deelnemen als ze onder directe behandeling staan van de psychiater/behandelend arts. Geschiktheid voor deelname aan de studie wordt beoordeeld door de psychiater/behandelend arts.

     

    Er zijn ook een aantal voorwaarden waardoor iemand niet mee kan doen aan de studie. In de volgende gevallen kan iemand niet meedoen:

  • Contra-indicaties (zoals beoordeeld door de behandelend psychiater/arts) voor deelname vanwege acute psychiatrische crisis of somatische ziektes (bijvoorbeeld een operatie, kanker)

  • Een hoofddiagnose van middelenmisbruik, op basis van de DSM-5 (met uitzondering van cannabisverslaving)

  • Een cognitieve beperking die ervoor zorgt dat de deelnemer geen toestemmingsverklaring kan tekenen, geen vragenlijsten kan invullen of niet kan deelnemen aan de interventie

  • Deelnemers die zwanger zijn of borstvoeding geven

  • Deelnemers die geen Nederlands spreken

Evaluatie

Om te zorgen dat de behandeling zo goed mogelijk werkt en wordt uitgevoerd, willen we graag weten wat de ervaringen zijn van de deelnemers en de FACT-teams. Van de deelnemers willen we bijvoorbeeld graag weten hoe ze het vonden om deel te nemen aan de behandeling. Van de FACT-teams willen we bijvoorbeeld graag weten welke aspecten helpend en belemmerend waren in het uitvoeren van de behandeling.

De evaluatie voeren wij uit door een deel van de deelnemers en FACT-team medewerkers te interviewen.

Overzicht van metingen tijdens de studie